ECLI:NL:RBMNE:2022:4773
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarin de WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht voor het belastingjaar 2021 is vastgesteld op €305.000,-. Verweerder handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde plaats, met verkoopprijzen variërend van €279.000 tot €292.250. De rechtbank acht deze methode passend en voldoende onderbouwd, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte.
Eiser voerde onder meer aan dat de indexering van verkoopcijfers niet inzichtelijk was en dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde voorzieningen en onderhoudstoestand van de woning. De rechtbank oordeelt dat de indexering niet cijfermatig is toegepast en dat eiser deze beroepsgronden te laat heeft ingebracht, waardoor deze buiten beschouwing blijven. Verder is verweerder's kwalificatie van de woning als eenvoudig/verouderd en de onderhoudstoestand als voldoende voldoende onderbouwd.
Gelet op deze overwegingen concludeert de rechtbank dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €305.000,- wordt ongegrond verklaard.