Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
24 mei 2020. Volgens eiser heeft hij een financieel nadeel geleden van € 656,-.
1 januari 2019 tot en met 24 mei 2020 vanwege een discrepantie in de berekening van verweerder.
21 september 2022 verklaart de leverancier van de routeplanner dat niet meer kan worden teruggezien waarom er verschillen in de heen- en terugweg van eiser bestonden. Volgens verweerder komt dit omdat de periode van januari 2019 tot en met mei 2020 te lang geleden is. De leverancier benadrukt dat deze berekening kijkt naar de snelste tijd en dat het vaker voorkomt dat er meer kilometers gemaakt moeten worden op de heen- of alleen de terugreis. Dit kan te maken hebben met wegreparaties, op/afrit/bruggen gesloten, (tijdelijk) eenrichtingsverkeer, (tijdelijke) verlaging van de snelheid op trajecten, het wegvallen van wegen etc.
ja’ in. In dat geval krijgt eiser voor de terugweg hetzelfde aantal kilometers vergoed als voor de heenweg. Eiser kan er ook voor kiezen om de heen- en de terugweg apart te declareren. Uit het door eiser overgelegde bestand, dat ziet op de vergoeding van de reiskosten over de periode van oktober 2016 t/m juni 2021, blijkt dat als eiser dit deed, de routeplanner voor de heenweg een andere snelste route berekende dan voor de terugweg. De route voor de heenweg bedroeg dan 34 of 35 kilometer en de route voor de terugweg bedroeg meestal 48 kilometer. Eiser ontving hierdoor verschillende vergoedingen voor zijn heen- en terugreis.
Beslissing
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
15 november 2022.