Uitspraak
21 april 2016, 15/6634 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de Nationale Politie, verzocht om aanpassing van zijn tegemoetkoming dagelijkse reiskosten omdat sinds 2008 de snelste route heen en terug tussen zijn woonplaats en werkplek ongelijk is (17 km heen, 23 km terug). De korpschef weigerde dit verzoek en berekende de vergoeding als tweemaal de heenreisafstand (34 km).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd en dat de berekeningswijze volgens de Uitvoeringsinstructie Brvvp niet in strijd was met het besluit. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de korpschef de afstandsberekening onjuist toepaste omdat het Brvvp vereist dat beide trajecten worden betrokken. De toepassing van de Uitvoeringsinstructie mocht niet ten nadele van appellant afwijken van het besluit. Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de korpschef opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens is de korpschef veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanpassing van de reiskostenvergoeding wordt vernietigd.