Uitspraak
[eiser 2] , [eiser 3]en
[eiser 4], allen uit [woonplaats] , eisers
Als derde-partij neemt aan het geding deel: [derde belanghebbende] , te [woonplaats]
Inleiding
Het bestreden besluit
Op welk bouwwerk ziet de omgevingsvergunning?
een constructie boven het water, meestal langs een oever, die dient voor het afmeren van schepen, vaartuigen, boten.In artikel 29, derde lid, van het bestemmingsplan Vinkeveen staat: “
in afwijking van het bepaalde in lid 2 zijn stijgers, vlonders, of andere afmeervoorzieningen (…)”. Uit deze twee bepalingen volgt dat de planwetgever steigers en vlonders beschouwt als afmeervoorzieningen. Op de zitting heeft vergunninghouder toegelicht dat hij het bouwwerk gebruikt om van zijn ene perceel naar zijn andere perceel te gaan om onder meer onderhoud te verrichten. Het bouwwerk wordt niet gebruikt als afmeervoorziening. Uit de stukken is de rechtbank ook niet gebleken dat het bouwwerk wordt gebruikt voor het afmeren van schepen, vaartuigen of boten. Het bouwwerk is dus geen afmeervoorziening. Dat betekent dat het bouwwerk daardoor geen steiger of vlonder kan zijn volgens het bestemmingsplan Vinkeveen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom het gehele bouwwerk aan te merken als een brug. Het college hoefde daarom niet te toetsen aan de voorwaarden voor steigers of vlonders. De beroepsgrond slaagt niet.
Voldoet het bouwplan aan het kruimelbeleid?
Vrije doorvaart
Toestemming van waternet
Belangenafweging
Welstand
Conclusie