Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 november 2022 in de zaak tussen
Stichting de Faunabescherming, uit Amstelveen, verzoekster,
het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: provincie Gelderland.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Overwegingen
“ten minste één wolf op de Veluwe in Gelderland afwijkend gedrag in de vorm van het ontbreken van schuwheid voor mensen heeft getoond. Mensen werden in oktober 2022 actief benaderd door de wolf en de wolf lijkt ook interesse te hebben voor voertuigen. Dit gedrag is niet gewenst en kan uiteindelijk leiden tot dusdanig gedrag van zo’n wolf dat de openbare veiligheid in het gedrang komt”. Hoewel de voorzieningenrechter de signalen over (het gedrag van) de wolf uiterst serieus neemt, is zij van oordeel dat het college voorafgaand aan het verlenen van de ontheffing niet inzichtelijk heeft gemaakt welke incidenten concreet hebben plaatsgevonden en waar en onder welke omstandigheden deze zich hebben afgespeeld. Volgens de Faunabescherming zou het gaan om een jonge wolf, die nog een aantal jaren afhankelijk is van de roedel waarin hij leeft. Volgens de Faunabescherming is nieuwsgierigheid bij jonge wolven normaal en hoeft dit gedrag niet tot ingrijpen te leiden. Tijdens de zitting heeft het college verklaard dat het in de gevallen op 6, 7 en 8 oktober en op 22 oktober 2022 telkens ging om één wolf binnen de begrenzingen van het Nationaal Park De Hoge Veluwe. Ook heeft het college aangevuld dat er nu in het park streng wordt toegezien op het niet voeren van de dieren en dat streng wordt gehandhaafd op het niet verlaten van de paden en wegen door bezoekers. Dat neemt echter niet weg dat de toedracht van de eerdere gebeurtenissen binnen het park nog steeds niet duidelijk is. Het college heeft geen goed beeld van het gedrag van de wolven in het park en weet ook niet of bij de gemelde incidenten steeds dezelfde wolf betrokken was of mogelijk meerdere wolven. Of sprake is van ‘slechts’ nieuwsgierigheid van de (jonge) wolf of daadwerkelijk afwijkend gedrag dat een gevaar oplevert voor de mens, is niet onderzocht door bijvoorbeeld een etholoog. Een verslag hierover ontbreekt in deze zaak. Zonder hier goed inzicht in te hebben, is het volgens de voorzieningenrechter niet mogelijk te toetsen of de wolf in het park daadwerkelijk een gevaar oplevert voor de openbare veiligheid. Hierbij valt op dat het college het in de onderzoeken aanbevolen zenderen van de wolf niet heeft toegepast. Waarom het college van zenderen heeft afgezien, wordt niet duidelijk. Het college vindt zenderen geen goede andere bevredigende oplossing, die het afschrikken met een gekleurd projectiel kan vervangen. De voorzieningenrechter volgt het college in dit verband niet. Met zenderen van de wolf kan immers inzicht worden verkregen in het gedrag van de wolf, waarna kan worden beoordeeld of ingrijpen nodig is. Dit staat los van de vraag of er goede andere bevredigende alternatieven voorhanden zijn. Daaraan voegt de voorzieningenrechter toe dat tijdens de zitting is meegedeeld dat er binnen het park geen meldingen meer zijn geweest over wolven op geringe afstand van de mens nadat de ontheffing is verleend.