ECLI:NL:RBMNE:2022:5095
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verschoningsverzoek rechter wegens eerdere betrokkenheid als tuchtrechter gegrond verklaard
Op 5 december 2022 heeft de verschoningskamer van de Rechtbank Midden-Nederland een verzoek tot verschoning behandeld dat was ingediend door een rechter die betrokken is bij een civiele hoofdzaak. Het verzoek betrof de rechter die tevens als tuchtrechter had gefungeerd in een eerdere beslissing over de financieel adviseur en gemachtigde van een van de partijen in de hoofdzaak.
De rechter stelde dat zij zich niet meer voldoende vrij voelde om in de hoofdzaak te beslissen vanwege haar eerdere rol in de Raad van Discipline bij een beslissing over de gemachtigde, die in de hoofdzaak een rol wilde vervullen ondanks zijn schrapping van het tableau. De verschoningskamer oordeelde dat dit aanleiding gaf tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De kamer benadrukte het belang van het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechterlijke macht en stelde dat ook de schijn van partijdigheid voldoende is om een verzoek tot verschoning te honoreren. Het verzoek werd daarom gegrond verklaard en de beslissing werd aan alle betrokkenen en de leiding van de rechtbank medegedeeld. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid.