ECLI:NL:RBMNE:2022:5224

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
C/16/547970 / KG ZA 22-555
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61 RvArt. 557a lid 3 RvArt. 6:119 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Krakers moeten onbebouwd terrein ontruimen vanwege geplande sanering

De gemeente Utrecht vordert in kort geding de ontruiming van een onbebouwd terrein dat door krakers wordt bezet met caravans, campers en tenten. De krakers zijn niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend. De dagvaarding is anoniem betekend en de voorzieningenrechter past artikel 61 Rv Pro analoog toe op het onbebouwde terrein, omdat de krakers geen huisrecht hebben zoals bij een gebouwde onroerende zaak.

De gemeente heeft een spoedeisend belang bij ontruiming vanwege een geplande sanering die in januari 2023 start. De krakers betwisten dit en vrezen leegstand na sanering, maar de rechtbank stelt vast dat de sanerings- en herontwikkelingsplannen concreet zijn en dat het terrein niet langdurig ongebruikt zal blijven. Het analoog toepassen van artikel 557a lid 3 Rv maakt het mogelijk het vonnis binnen een jaar ook tegen nieuwe krakers ten uitvoer te leggen.

De vordering tot ontruiming en de tenuitvoerlegging worden toegewezen, terwijl het verbod op hernieuwd kraken wordt afgewezen wegens gebrek aan belang en praktische uitvoerbaarheid. De krakers worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Krakers worden veroordeeld tot ontruiming van het onbebouwde terrein vóór 1 januari 2023 met analoge toepassing van artikel 61 en 557a lid 3 Rv.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/547970 / KG ZA 22-555
Vonnis in kort geding van 9 december 2022
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE UTRECHT,
gevestigd te Utrecht,
eiseres, hierna: de gemeente
advocaat mr. M.R.C.G.L. Fechner te Utrecht,
tegen
ZIJ DIE VERBLIJVEN op het perceel gelegen op de hoek van de [straat 1] en de [straat 2] te [plaats] , met adres [straat 3] [nummeraanduiding 1] ( [postcode] ) te [plaats] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [letter] , nummers [nummeraanduiding 2] en [nummeraanduiding 3],
gedaagden, hierna: de krakers
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 22 november 2022 met producties 1 tot en met 10
  • de mondelinge behandeling van 6 december 2022.
1.2.
Op de zitting is gezegd dat er uiterlijk 13 december 2022 vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

Verstekverlening

2.1.
De krakers zijn niet op de zitting verschenen, terwijl de dagvaarding op de juiste manier is betekend. Daarom wordt aan de krakers verstek verleend.
2.2.
Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat de gemeente op de zitting het artikel heeft overgelegd waarin de krakers gedagvaard worden voor deze zitting. Dat artikel is gepubliceerd in het [.] en het [..] (alle edities).
2.3.
Ook merkt de voorzieningenrechter op dat de dagvaarding anoniem is betekend. In artikel 61 Rv Pro staat dat er anoniem mag worden betekend. Dat wetsartikel gaat over een
gebouwdeonroerende zaak. In deze zaak gaat het om een
ongebouwdeonroerende zaak. Artikel 61 Rv Pro wordt hier analoog toegepast. De reden daarvoor is de volgende. De ratio van dit artikel in de wet is dat voor dagvaarding normaal gesproken de naam en toenaam van degenen waarom het gaat, nodig zijn. Die zijn hier niet bekend. Dat zou betekenen dat het voor eigenaars van een gekraakt pand moeilijk is om een procedure te starten als de namen van degenen die er wonen niet bekend zijn. Uit de jurisprudentie van het EHRM volgt dat voordat ontruiming plaatsvindt, toetsing door een rechter kan worden gevraagd. Die jurisprudentie is gebaseerd op het huisrecht dat krakers van een pand (kunnen) hebben. Bij het kraken van een onbebouwd terrein geldt dit huisrecht niet. Krakers hebben dus een sterkere positie als het gaat om een gebouwde onroerende zaak. Als in die situatie artikel 61 Rv Pro al geldt, terwijl dat artikel ongunstig voor krakers is, dan ligt voor de hand dat dit artikel volgens de ratio ervan zeker moet gelden voor krakers van een onbebouwd terrein.
Inhoudelijk oordeel
2.4.
De krakers hebben een perceel grond van de gemeente gekraakt. Zij wonen daar nu ongeveer anderhalf jaar in caravans, campers, bouwketen, tenten en een bestelbus. De gemeente wil dat de krakers vertrekken, omdat de sanering van het terrein in januari 2023 van start gaat. De gemeente heeft, onder meer, gevorderd:
- dat de krakers worden veroordeeld om dat perceel te ontruimen;
- om te bepalen dat dit vonnis op grond van artikel 557a lid 3 Rv ten uitvoer mag worden gelegd tegen iedereen die het perceel binnen één jaar (opnieuw) kraakt, en
- om de krakers te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente daarover.
Die vorderingen worden toegewezen, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijken te zijn. Deze vorderingen worden toegewezen op de manier die in “De beslissing” staat.
De vordering om de krakers te verbieden het perceel opnieuw te kraken, wordt afgewezen. Hieronder wordt kort uitgelegd waarom de vorderingen worden toegewezen of afgewezen.
2.5.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de krakers geen huisrecht hebben, omdat het gaat om onbebouwd terrein (zie Gerechtshof Leeuwaarden 15 november 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BU4705, r.o. 3.5).
2.6.
Voor een zaak als deze (eigenaar tegenover krakers) geldt het volgende toetsingskader: de krakers gebruiken het pand/terrein zonder recht of titel en de eigenaar heeft het recht het pand/terrein te ontruimen, behalve als de eigenaar geen spoedeisend belang heeft bij de ontruiming of met die ontruiming misbruik maakt van recht.
2.7.
In dit geval heeft de gemeente een spoedeisend belang bij de ontruiming en maakt zij met die ontruiming geen misbruik van recht. De herontwikkelingsplannen van de gemeente voor het perceel zijn namelijk zeer concreet: tijdelijke woningbouw. Omdat de grond van het terrein vervuild is, moet deze eerst worden gesaneerd. De start van de sanering staat voor begin januari 2023 gepland. Dan moet het terrein dus leeg zijn.
2.8.
Volgens de krakers willen zij nog niet weg, omdat zij vrezen dat het terrein na de sanering maanden lang leeg komt te staan. Daarvoor geven zij als reden dat er nog geen bouwvergunning is aangevraagd (waartegen de buurtbewoners, volgens de krakers, bezwaar zullen maken), dat de woonunits een levertijd van 5 maanden hebben en dat er nog geen flora- en faunaonderzoek heeft plaatsgevonden.
2.9.
Als het terrein na de sanering een periode ongebruikt zou blijven, is dit echter geen leegstand waartegen de krakers kunnen opkomen/waar zij rechten aan kunnen ontlenen op grond van artikel 8 EVRM Pro (huisrecht). Dat kan immers alleen bij gebouwd onroerend goed en het gaat hier om een onbebouwd terrein. Er is dus geen sprake van dat er ontruimd wordt voor leegstand. Ook zijn de plannen van de gemeente zo concreet dat daarvoor op dit moment al ontruiming nodig is. Om te kunnen saneren moet het perceel leeg zijn.
Daarbij geldt het volgende. Mitros zal begin 2023 een vergunning aanvragen en de vergunning verlening duurt naar verwachting 8/6 weken. Na de vergunningverlening, kunnen de woonunits worden besteld. Er is al productieruimte gereserveerd voor het fabriceren van de woonunits. Na bestelling is er een levertijd van drie maanden. Bovendien heeft het flora- en faunaonderzoek al plaatsgevonden. De provincie heeft onlangs gezegd dat dit ecologisch onderzoek nog actueel genoeg is. Het lijkt dus niet waarschijnlijk dat het perceel na de sanering (te lang) ongebruikt zal blijven.
2.10.
De voorzieningenrechter past ook artikel 557a lid 3 Rv analoog toe. Dit artikel gaat over een gebouwde onroerende zaak, maar ook hier geldt het uitgangspunt dat als dit artikel - dat ongunstig is voor de krakers - al geldt in de situatie dat zij een sterkere positie hebben (gebouwd onroerend goed; huisrecht), dat dit artikel dan ook moet gelden in de situatie dat zij dat niet hebben (onbebouwd terrein; geen huisrecht).
2.11.
De vordering van de gemeente om de krakers te verbieden het perceel opnieuw te kraken wordt afgewezen. De gemeente heeft hier geen belang bij nu zij dit vonnis op grond van artikel 557a lid 3 Rv al ten uitvoer kan leggen tegen een ieder die het terrein (opnieuw) kraakt. Daar vallen de huidige krakers dus ook onder. Bovendien is het gevorderde verbod niet praktisch uitvoerbaar omdat de krakers anoniem zijn en de gemeente dus niet weet wie zij zijn. Dan kan de gemeente ook niet (met voldoende zekerheid) weten of iemand het perceel opnieuw kraakt.
2.12.
Gedaagden krijgen ongelijk en moeten daarom de proceskosten van eiseres betalen. Die kosten worden begroot op:
- betekening oproeping € 125,03
- griffierecht 676,00
- salaris advocaat
656,00
Totaal € 1.457,03

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,
3.2.
veroordeelt de krakers om vóór 1 januari 2023 het perceel gelegen op de hoek van de [straat 1] en de [straat 2] te [plaats] , plaatselijk aangeduid met het adres [straat 3] [nummeraanduiding 1] ( [postcode] ) te [plaats] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [letter] , nummers [nummeraanduiding 2] en [nummeraanduiding 3] , met al het hunne en al de hunnen te verlaten en te ontruimen, en leeg en ontruimd ter vrije beschikking te stellen van de gemeente Utrecht,
3.3.
bepaalt dat deze veroordeling op grond van artikel 557a lid 3 Rv binnen de termijn van één jaar ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging op het genoemde perceel bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet,
3.4.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.457,03, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2022. [1]

Voetnoten

1.MB (4209)