ECLI:NL:RBMNE:2023:2433
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming onbebouwd terrein na kraken door groep jongeren
Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is eigenaar van een voormalig zuiveringsinstallatieterrein dat in 2019 buiten gebruik is gesteld. Op 21 april 2023 namen gedaagden het terrein in gebruik door er caravans en tenten te plaatsen en een slot op het hek te zetten. Gedaagden behoren tot een groep jongeren die moeite hebben met woonruimte en willen het terrein bewonen tot bouwplannen worden uitgevoerd.
Het Hoogheemraadschap vordert in kort geding ontruiming van het terrein binnen drie dagen, met een uitvoerbaarverklaring op grond van artikel 557a lid 3 Rv. De voorzieningenrechter stelt vast dat gedaagden zonder recht of titel verblijven en geen huisrecht ontlenen aan het EVRM of de Grondwet. Jurisprudentie over andere gekraakte terreinen is niet vergelijkbaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het Hoogheemraadschap een spoedeisend belang heeft bij ontruiming vanwege het gebruik van het terrein voor het rioolgemaal, opslag en toekomstige calamiteiten. Het belang van het Hoogheemraadschap weegt zwaarder dan het woonbelang van gedaagden. De ontruimingstermijn wordt op één week gesteld en de vordering op grond van artikel 557a lid 3 Rv wordt toegewezen. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van het terrein binnen één week met uitvoerbaarverklaring op grond van artikel 557a lid 3 Rv.