ECLI:NL:RBMNE:2022:526

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 februari 2022
Publicatiedatum
15 februari 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 4356
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing AIO-aanvulling wegens niet voldoen aan informatieplicht

Eiseres heeft een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) aangevraagd bij de Sociale Verzekeringsbank. Verweerder betaalde voorschotten, maar wees de aanvraag uiteindelijk af wegens onvoldoende informatie over de woonsituatie van eiseres. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank overwoog dat eiseres niet de gevraagde bewijsstukken, zoals huurcontract, bewijs van huurbetalingen en informatie over medebewoners, heeft verstrekt. Ondanks herhaalde verzoeken van verweerder heeft eiseres geen alternatieve bewijzen aangeleverd. Volgens artikel 17 van Pro de Participatiewet is eiseres verplicht de benodigde informatie te verstrekken om het recht op bijstand vast te stellen.

De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen en dat er geen reden was tot nader onderzoek door middel van een huisbezoek. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar AIO-aanvulling wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan de informatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4356

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. N. Velthorst),
en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. P.C. van der Voorn).

Inleiding en procesverloop

Wat is er aan deze uitspraak voorafgegaan?
Eiseres heeft bij verweerder een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op grond van de Participatiewet (Pw) aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag in behandeling genomen en aan eiseres over de periode juni 2020 tot en met december 2020 in totaal € 2.080,63 aan voorschotten op de AIO-aanvulling betaald.
Bij besluiten van 28 april 2021 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag afgewezen en bepaald dat eiseres de voorschotten moet terugbetalen.
Eiseres is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Zij vindt dat zij alle relevante informatie aan verweerder heeft gegeven, zodat hij haar woonsituatie kan vaststellen.
Bij besluit van 20 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verweerder vindt dat eiseres bewijsstukken over haar woonsituatie had moeten verstrekken, zoals een kopie van haar huurcontract, bewijs van huurbetalingen en informatie over haar medebewoners.
Eiseres is het hier niet mee eens en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2022. Eiseres is zelf niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door waarnemend gemachtigde mr. M. Booij. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. P.C. van der Voorn.

Overwegingen

1. De belangrijkste beslissing van de rechtbank is dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en haar aanvraag terecht is afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Standpunten van partijen
2.1
Eiseres stelt dat zij alle relevante informatie die zij tot haar beschikking had aan verweerder heeft gegeven. Verweerder had haar aanvraag op grond van die informatie moeten toewijzen of zelf verder onderzoek moeten doen naar haar woonsituatie. Zij heeft verweerder ook expliciet uitgenodigd om in een huisbezoek haar woonsituatie te beoordelen.
2.2
Volgens verweerder heeft eiseres onvoldoende informatie gegeven over haar woonsituatie, zodat hij het recht op AIO-aanvulling niet heeft kunnen vaststellen. Waar en hoe eiseres woont, is van belang voor het recht op uitkering. Verweerder moet namelijk weten of eiseres alleen woont of samenwoont, en of er sprake is van medebewoners. Daarom heeft verweerder eiseres gevraagd om een kopie van haar huurcontract, bewijs van huurbetalingen en om informatie over haar medebewoners, maar eiseres heeft dit allemaal niet verstrekt.
Juridisch kader
3. In artikel 17 Pw Pro staat dat een aanvrager de informatie moet verschaffen die nodig is om het recht op bijstand te kunnen bepalen. Volgens vaste rechtspraak [1] moet eiseres daarom openheid van zaken geven, en is het vervolgens aan verweerder om de inlichtingen te controleren. Als eiseres onvoldoende informatie over haar situatie geeft, en verweerder daarom het recht op bijstand niet kan vaststellen, dan kan verweerder de aanvraag afwijzen.
Beoordeling
4. Partijen zijn het erover eens dat eiseres de door verweerder gevraagde informatie (kopie van haar huurcontract, bewijs van huurbetalingen en om informatie over haar medebewoners) niet aan verweerder heeft verstrekt. De rechtbank is het met verweerder eens dat hij die informatie nodig heeft om het recht op de aio-aanvulling te kunnen vaststellen. Eiseres heeft ook niet duidelijk gemaakt hoe verweerder zonder die gegevens dat recht kan bepalen. Voor zover de beroepsgrond daarop is gericht, slaagt deze niet.
5. Vervolgens is de vraag of verweerder de aanvraag zorgvuldig genoeg heeft behandeld, of dat van hem verwacht mocht worden dat hij zelf onderzoek zou verrichten. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij herhaling schriftelijk en telefonisch (liefst zeven keer) om informatie heeft verzocht. Hieruit blijkt dat verweerder niet over één nacht ijs is gegaan. Eiseres wijst erop dat zij geen huurcontract of bewijs van huurbetalingen kon verstrekken, omdat de verhuurder geen schriftelijk huurcontract wil opmaken en de huur contant wil ontvangen. Dat is een omstandigheid die in beginsel voor rekening en risico komt van eiseres. [2] Van eiseres had daarom verwacht mogen worden dat zij met andere bewijzen (bijvoorbeeld verklaringen van medebewoners) zou komen om inzicht te geven in haar woonsituatie, maar dat heeft eiseres niet gedaan. Eiseres heeft ook geen verklaring gegeven voor het feit dat zij helemaal geen informatie heeft verschaft over haar medebewoners. Al met al heeft eiseres niet voldaan aan de in 3 beschreven informatieplicht. Onder deze omstandigheden kon verweerder redelijkerwijs besluiten de aanvraag van eiseres af te wijzen, zonder eerst zelf nog verder onderzoek door middel van een huisbezoek te verrichten. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie: eiseres krijgt geen gelijk
6. De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag van eiseres op goede gronden heeft afgewezen. Eiseres krijgt geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld: Centrale Raad van Beroep, (CRvB) 19 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3662 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:3662http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:605)
2.CRvB, 7 december 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR7521