ECLI:NL:CRVB:2004:AR7521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling laten van bijstandsaanvraag wegens niet tijdig overleggen noodzakelijke gegevens
Gedaagde diende op 10 oktober 2001 een aanvraag om bijstand in. Appellant stelde vast dat niet alle noodzakelijke gegevens, waaronder het huurcontract van de woonruimte aan een adres, waren verstrekt. Gedaagde kreeg meerdere hersteltermijnen om de ontbrekende stukken aan te leveren, maar deed dit niet binnen de gestelde termijnen.
Appellant liet de aanvraag daarom op 28 november 2001 buiten behandeling met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Gedaagde leverde het huurcontract pas na het besluit aan, waarna appellant het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het niet onaannemelijk was dat gedaagde redelijkerwijs niet tijdig het huurcontract kon overleggen vanwege verhuizingen en wisselende eigenaren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad vindt dat gedaagde vanaf het begin duidelijk had moeten zijn welke bewijsstukken vereist waren en dat de hersteltermijnen redelijk waren. Het feit dat het pand vaak van eigenaar wisselde, weegt volgens de Raad niet zwaar. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit tot buiten behandeling laten van de aanvraag terecht is gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de bijstandsaanvraag buiten behandeling te laten wordt ongegrond verklaard.