Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
€ 9.642,00(3,0 punten × tarief € 3.214,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak tussen [eiseres] B.V. en [gedaagde] B.V. stond de matiging van een contractuele boete centraal. [Eiseres] vorderde betaling van een boete wegens ontbinding van overeenkomsten, waarbij zij haar werkelijke schade onderbouwde met een kostenopstelling. De rechtbank beoordeelde deze kosten en de verhouding tussen de boete en de werkelijke schade.
De rechtbank stelde vast dat [eiseres] minimaal €143.614,55 aan werkelijke kosten had gemaakt, bestaande uit salarissen, overheadkosten in Oekraïne en Nederland, overige kosten zoals certificeringen en rente, maar wees immateriële schade af wegens onvoldoende onderbouwing. [Gedaagde] had bezwaren tegen diverse posten, waarvan enkele werden gehonoreerd, zoals het niet volledig toerekenen van werkgeverslasten en leasekosten van een werknemer.
Hoewel de boete van €629.200 duidelijk was overeengekomen tussen professionele partijen, vond de rechtbank dat deze ruim vier keer hoger was dan de werkelijke schade, wat een wanverhouding opleverde. Gezien de omstandigheden, waaronder het eenzijdig opstellen van de overeenkomst door [eiseres] en het ontbreken van juridische bijstand van [gedaagde], matigde de rechtbank de boete tot €500.000.
Daarnaast kende de rechtbank wettelijke rente toe vanaf de dagvaarding en beperkte de buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke tarief. De proceskosten werden aan de zijde van [eiseres] toegewezen, terwijl in reconventie de vorderingen van [gedaagde] werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank matigt de contractuele boete tot €500.000 wegens wanverhouding met de werkelijke schade en veroordeelt [gedaagde] tot betaling daarvan met rente en incassokosten.