Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGELEN
Een tbs-maatregel is volgens ’t Hoen geïndiceerd. Bij onvoldoende (strikt) kader is er een verhoogd risico dat verdachte zich onvoldoende committeert aan de noodzakelijke behandeling, dat hij zichzelf onvoldoende laat zien en vervolgens het risico op terugval.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.HERROEPING VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSSTELLING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 15 maanden;
gelast dat verdachte voor ongemaximeerde duur ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
- legt aan verdachte op
- beveelt dat verdachte zich
dadelijk uitvoerbaaris;
- wijst
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangeefster] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2021 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster] aan de Staat € 10.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 85 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding ad € 2.500,-- zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.593,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 35 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
wijst toe de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstellingmet
de vrijheidsstraf, die als gevolg van de toepassing van de regeling van de
1427 dagen,
alsnog