ECLI:NL:RBMNE:2022:5596

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
22 december 2022
Zaaknummer
22/1414
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen toekenning van 7,75 uur huishoudelijke hulp op grond van de Wmo

Eiseres, een alleenstaande moeder met gezondheidsproblemen zoals een herseninfarct en reuma, verzocht om verlenging van haar indicatie voor huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De gemeente kende haar 7,75 uur per week toe, verdeeld over hulp bij het huishouden, klaarzetten van maaltijden en wassen. Eiseres vond dit onvoldoende en maakte bezwaar, dat werd afgewezen.

De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde of de gemeente het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep correct had toegepast bij het vaststellen van de omvang van de hulp. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar de zorgbehoefte en beperkingen van eiseres en dat het stappenplan was gevolgd. De stelling van eiseres dat dit niet het geval was, was onvoldoende onderbouwd.

Ook de klacht dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en dat zij zich niet gehoord voelde, werd door de rechtbank verworpen. De toegekende uren werden als toereikend beschouwd, ondanks een lichte vermindering ten opzichte van de eerdere indicatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot toekenning van 7,75 uur huishoudelijke hulp per week wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1414

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. el Ahmadi),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (verweerder)

(gemachtigde: mr. B. Arabaci).

Inleiding

Eiseres is een alleenstaande moeder en woont samen met haar vier kinderen van 16, 14, 11 en 9 jaar in [woonplaats] . In 2008 heeft eiseres een herseninfarct gehad. In 2020 is vastgesteld dat eiseres reuma heeft. Door deze en andere aandoeningen is eiseres beperkt bij het uitvoeren van huishoudelijke taken.
Eiseres heeft zich op 23 februari 2021 bij de gemeente gemeld en verzocht om haar indicatie voor huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te verlengen. De indicatie van eiseres voor huishoudelijke hulp voor 8 uur per week liep namelijk af.
3. In het besluit van 14 mei 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo voor huishoudelijke hulp voor 7,75 uur per week toegekend voor de periode van 5 mei 2021 tot en met 1 februari 2023. Eiseres krijgt:
- 2 uur hulp bij het huishouden;
- 1.75 uur per week voor hulp bij het klaarzetten van maaltijden;
- 4 uur per week voor het doen van de was.
4. Eiseres vindt dat verweerder onvoldoende uren huishoudelijke hulp heeft toegekend en heeft daarom tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In het besluit van 1 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
5. De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

6. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van verweerder om aan eiseres meer dan 7.75 uur per week aan huishoudelijke hulp toe te kennen.
Standpunt verweerder
7. Verweerder vindt dat hij terecht 7,75 uur huishoudelijke hulp per week heeft toegekend aan eiseres. Verweerder stelt dat hij de aanvraag conform het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (de Centrale Raad) heeft behandeld. Bij het opstellen van het ondersteuningsplan is voldoende onderzoek gedaan naar de zorgbehoefte en hulpvraag van eiseres. Ook zijn de problemen van eiseres om zich te kunnen handhaven en welke ondersteuning eiseres daarbij nodig heeft in kaart gebracht. Verweerder heeft geconcludeerd dat eiseres vanwege haar beperkingen niet in staat is om lichte en zware huishoudelijke taken te verrichten. De toegekende 7.75 uur is volgens verweerder voldoende, waarbij verweerder van belang acht dat de kinderen van eiseres haar kunnen ondersteunen [1] en eiseres heeft aangegeven dat zij zelf nog kookt.
Stappenplan van de Centrale Raad
8. Eiseres voert aan dat verweerder het stappenplan van de Centrale Raad niet goed heeft toegepast. Hierdoor zijn de problemen van eiseres niet goed in kaart gebracht en onderschat.
9. De rechtbank volgt het standpunt van eiseres dat verweerder het stappenplan onvoldoende heeft gevolgd niet. De Centrale Raad heeft in de uitspraak van 21 maart 2018 [2] omschreven welke stappen verweerder moet doorlopen bij het nemen van een besluit over maatschappelijke ondersteuning. De gemachtigde heeft enkel gesteld en niet nader onderbouwd dat verweerder het stappenplan niet goed heeft doorlopen. Het had op de weg van de gemachtigde van eiseres gelegen om te benoemen welke stappen niet juist doorlopen zijn of achterwege gebleven zijn. De rechtbank ziet in de besluitvorming terug dat verweerder het stappenplan heeft doorlopen. De beroepsgrond slaagt niet.
Omvang toegekende uren
10. Eiseres vindt dat verweerder te weinig uren voor huishoudelijke hulp heeft toegekend. Er is onvoldoende rekening gehouden met haar klachten en eiseres voelt zich onvoldoende gehoord.
11. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de toegekende uren huishoudelijke hulp toereikend zijn. Met de huidige indicatie heeft eiseres 15 minuten minder huishoudelijke hulp voor het klaarzetten en bereiden van maaltijden gekregen dan voorheen. Eiseres heeft enkel gesteld en niet nader onderbouwd dat verweerder bij het vaststellen van de omvang van het aantal uren onvoldoende rekening heeft gehouden met haar klachten. Dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Deze beroepsgrond slaagt ook niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 7 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2616.
2.Zie de uitspraak van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819.