Eiseres, een alleenstaande moeder met gezondheidsproblemen zoals een herseninfarct en reuma, verzocht om verlenging van haar indicatie voor huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De gemeente kende haar 7,75 uur per week toe, verdeeld over hulp bij het huishouden, klaarzetten van maaltijden en wassen. Eiseres vond dit onvoldoende en maakte bezwaar, dat werd afgewezen.
De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde of de gemeente het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep correct had toegepast bij het vaststellen van de omvang van de hulp. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar de zorgbehoefte en beperkingen van eiseres en dat het stappenplan was gevolgd. De stelling van eiseres dat dit niet het geval was, was onvoldoende onderbouwd.
Ook de klacht dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en dat zij zich niet gehoord voelde, werd door de rechtbank verworpen. De toegekende uren werden als toereikend beschouwd, ondanks een lichte vermindering ten opzichte van de eerdere indicatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.