ECLI:NL:RBMNE:2022:582
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Omzetting werkstraf in leerstraf wegens positieve ontwikkeling minderjarige
Op 16 februari 2021 werd een minderjarige veroordeeld tot een werkstraf van 110 uren met een vervangende jeugddetentie van 55 dagen bij niet-naleving. De minderjarige verrichtte geen uren van de werkstraf, ondanks pogingen van ouders en begeleiders om hem te motiveren. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde in juni 2021 en november 2021 om de werkstraf deels om te zetten in een leerstraf (Tools4U) en de resterende uren voorwaardelijk te maken, vanwege positieve gedragsontwikkeling en om terugval te voorkomen.
De officier van justitie en de verdediging stelden zich op het standpunt dat het bezwaar gegrond moet worden verklaard en pleitten voor omzetting van een deel van de werkstraf in een leerstraf en digitale opdracht, waarbij ook een strafvermindering werd voorgesteld wegens onjuiste registratie en onterechte aanhouding van de minderjarige in januari 2022.
De kinderrechter oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk en gegrond is en volgde het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Er wordt bepaald dat de minderjarige een taakstraf van 100 uren moet verrichten, verdeeld over 35 uur leerstraf (Tools4U), 20 uur digitale opdracht en 45 uur werkstraf, met een vervangende jeugddetentie van 50 dagen bij niet-naleving. De straf moet binnen 12 maanden worden uitgevoerd. Tevens werd een strafvermindering van 10 uur toegekend als compensatie voor de onterechte aanhouding.
Uitkomst: De werkstraf van 110 uren wordt deels omgezet in een leerstraf en digitale opdracht, met een totale straf van 100 uren en een vervangende jeugddetentie van 50 dagen bij niet-naleving.