De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel die op 23 november 2022 was opgelegd aan betrokkene, met het oog op het afwenden van ernstig levensgevaar. De rechtbank hield op 25 november 2022 een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een persoonlijk begeleider werden gehoord.
Betrokkene gaf aan dat zij rust ervaart door de machtiging omdat zij vreest impulsief terug te keren naar het spoor, wat levensgevaarlijk is. De psychiater stelde dat dwangbehandeling niet effectief is vanwege emotieregulatieproblemen en pleitte voor vrijwillige behandeling. De rechtbank oordeelde echter dat de vrijwilligheid onvoldoende consistent is en dat de doelmatigheid van de crisismaatregel zwaarder weegt dan de effectiviteit van een vrijwillige behandeling.
De rechtbank constateerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, vermoedelijk veroorzaakt door een persoonlijkheidsstoornis, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. De gevraagde vormen van verplichte zorg zijn evenredig en noodzakelijk. Daarom verleende de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 16 december 2022.
De beschikking werd mondeling gegeven door rechter T. Dopheide en schriftelijk vastgelegd op 10 januari 2023. Tegen deze beschikking staat cassatie open.