ECLI:NL:RBMNE:2022:6043
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit inburgering wegens onvoldoende motivering evenredigheid
Eiseres was niet tijdig ingeburgerd en kreeg een boete van €1.250,- opgelegd. De rechtbank oordeelde eerder dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de boete dit bedrag bedroeg en dat de evenredigheid van de boete in het concrete geval beoordeeld moest worden.
Verweerder matigde de boete in een nieuw besluit naar €875,- op basis van het aantal gevolgde cursusuren, maar betrok niet de persoonlijke omstandigheden van eiseres. De rechtbank stelde vast dat dit een motiveringsgebrek opleverde en vernietigde het besluit.
In het verweerschrift herstelde verweerder het motiveringsgebrek door de omstandigheden van eiseres, waaronder haar leeftijd en medische situatie, te betrekken en concludeerde dat verdere matiging niet op zijn plaats was. De rechtbank oordeelde dat hierdoor geen belangen van eiseres werden geschaad en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden boetebesluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.