ECLI:NL:RVS:2019:3474
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete en terugbetalingsplicht inburgeringslening wegens onterecht opgelegde sancties
De minister legde op 7 september 2017 een boete van €1.250,- op aan de inburgeringsplichtige wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht en bepaalde dat hij de lening voor de inburgeringscursus moest terugbetalen. Na bezwaar werd de boete gematigd tot €250,-, maar de terugbetalingsplicht bleef gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de inburgeringsplichtige gegrond, vernietigde het besluit tot boetevermindering en herroept het oorspronkelijke boetebesluit. De rechtbank oordeelde dat de minister de inburgeringstermijn ambtshalve had moeten verlengen vanwege de langdurige verblijfsduur in een asielzoekerscentrum en andere omstandigheden, waardoor de boete en terugbetalingsplicht onterecht waren opgelegd.
De minister stelde hoger beroep in, maar de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat de minister onvoldoende had onderbouwd dat de vertraging aan de inburgeringsplichtige te wijten was en dat de minister de discretionaire bevoegdheid tot boeteoplegging niet correct had toegepast. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de minister de boete en terugbetalingsplicht niet terecht heeft opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.