ECLI:NL:RBMNE:2022:613
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering ten onrechte betaald voorschot op Wajong-uitkering
Eiser ontvangt sinds 1997 een Wajong-uitkering en sinds 2015 wordt deze op voorschotbasis uitbetaald. Verweerder stelde vast dat eiser over de periode 1 december 2019 tot en met 30 november 2020 een bedrag van €1.326,97 bruto te veel had ontvangen vanwege hogere inkomsten dan vooraf ingeschat. Verweerder vorderde dit bedrag terug en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het terug te vorderen bedrag correct was vastgesteld op basis van de polisadministratie en dat verweerder op grond van de Wajong verplicht is tot terugvordering, tenzij dringende redenen zich voordoen. Eiser voerde aan dat de terugvordering ernstige financiële gevolgen heeft, maar maakte dit onvoldoende aannemelijk.
De rechtbank concludeerde dat geen dringende redenen aanwezig zijn om af te zien van terugvordering, ondanks het vervelende karakter voor eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van een te hoog betaald voorschot op de Wajong-uitkering is ongegrond verklaard.