De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer tijdens een waterpolowedstrijd op 17 februari 2018 in Amersfoort.
De officier van justitie stelde dat verdachte bewust het risico op zwaar letsel had aanvaard door het hoofd van het slachtoffer onder water te trekken en met zijn knie het hoofd te raken. De verdediging voerde aan dat het letsel per ongeluk was ontstaan tijdens een poging om langs het slachtoffer te bewegen en dat het gedrag niet ongebruikelijk was binnen de sport.
Na beoordeling van getuigenverklaringen en het dossier concludeerde de rechtbank dat het scenario van een ongeluk niet kon worden uitgesloten en dat het bewijs onvoldoende was om opzet vast te stellen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging van zware mishandeling.
Het vonnis werd uitgesproken op 25 oktober 2022 door de meervoudige kamer in Utrecht. De rechtbank oordeelde dat het gedrag van verdachte niet wettig en overtuigend bewezen was als opzettelijk en veroordeelde hem niet.