ECLI:NL:RBMNE:2022:6268
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rijvaardigheidsonderzoek en schorsing rijbewijs na twee ongevallen
Eiseres werd na twee ongevallen in korte tijd door het CBR verplicht een rijvaardigheidsonderzoek te ondergaan, gevolgd door schorsing van haar rijbewijs. Zij betwistte het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid en voerde aan dat de ongevallen het gevolg waren van het ontbreken van een ABS-systeem in haar voertuig.
De rechtbank oordeelde dat het CBR op basis van de politiegegevens en mutatierapporten terecht het vermoeden had dat eiseres niet over de vereiste rijvaardigheid beschikte. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de ongevallen door een technisch mankement waren veroorzaakt. De rechtbank bevestigde dat het CBR bevoegd en verplicht was het rijvaardigheidsonderzoek op te leggen en het rijbewijs te schorsen.
Verder wees de rechtbank het beroep van eiseres af dat de schorsing onterecht op artikel 5 sub g van Pro de Regeling was gebaseerd, omdat sub e niet van toepassing was. Ook het verzoek tot vergoeding of kwijtschelding van de kosten van het onderzoek werd afgewezen, aangezien deze op grond van de Wegenverkeerswet voor rekening van eiseres komen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen proceskostenveroordeling ontvangt. De uitspraak bevestigt het dwingendrechtelijke karakter van de regelgeving ter bevordering van de verkeersveiligheid.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het rijvaardigheidsonderzoek en de schorsing van haar rijbewijs wordt ongegrond verklaard.