ECLI:NL:RBMNE:2022:6278
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toereikende medische onderbouwing voor erkenning als medische afzakker bij ziekte van Parkinson
Eiser, adviseur milieuzaken/projectleider, bracht zijn arbeidsduur in november 2018 terug wegens gezondheidsklachten. In juli 2019 werd bij hem Young Onset Parkinson vastgesteld. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, die aanvankelijk werd afgewezen. Later kreeg hij een IVA-uitkering toegekend met een maatman van 26,63 uur per week. Het UWV verklaarde zijn bezwaar tegen dit besluit ongegrond.
Eiser stelde dat hij als medische afzakker moest worden erkend, omdat de stressklachten die hem noopten minder te gaan werken, voortkwamen uit de ziekte van Parkinson. Hij betoogde dat de eerste ziektedag daarom op 1 november 2018 moest worden vastgesteld. Het UWV betwistte dit, stellende dat geen medisch advies aan de urenvermindering ten grondslag lag.
De rechtbank oordeelde dat een medische afzakker ook achteraf kan worden vastgesteld en dat de medische stukken, waaronder rapporten van artsen en een onafhankelijke neuroloog, voldoende onderbouwing bieden dat eiser al in november 2018 door Parkinson-gerelateerde klachten minder is gaan werken. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser, inclusief de kosten van een deskundige. De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van voorafgaand medisch advies niet uitsluit dat eiser als medische afzakker wordt erkend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat eiser als medische afzakker wordt erkend met 1 november 2018 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag.