ECLI:NL:RBMNE:2022:6323
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op € 347.000,- per waardepeildatum 1 januari 2020 voor het belastingjaar 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op een online zitting waarbij ook een taxateur aanwezig was. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de taxatiematrix inzicht geeft in de waardeverhouding en rekening houdt met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van inzicht in de indexering van verkoopcijfers, het niet verstrekken van waardes van objectonderdelen en onvoldoende correctie voor verschillen in kwaliteit en ligging. De rechtbank wees deze gronden af vanwege strijd met de goede procesorde of omdat verweerder voldoende inzicht had gegeven. Ook de stelling van eiser over ernstige geluidsoverlast werd door de rechtbank niet gevolgd.
Gelet op de onderbouwing en toelichting concludeert de rechtbank dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 347.000,- wordt ongegrond verklaard.