ECLI:NL:RBMNE:2022:736
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woning vanwege onvoldoende persoonlijke noodsituatie
Eiser heeft op medische gronden urgentie aangevraagd voor een grotere woning vanwege een te krappe woonsituatie met zijn partner en drie kinderen. De partner lijdt aan epilepsie en de kinderen ondervinden psychische en sociale beperkingen door de woning. Verweerder wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, omdat geen sprake is van een persoonlijke noodsituatie buiten eigen schuld.
Eiser voerde aan dat de gezinsuitbreiding niet was te voorzien en dat de problematiek van de kinderen en de schimmelproblematiek een bijzondere situatie vormen. De rechtbank oordeelt dat de medische gegevens onvoldoende aantonen dat de woonsituatie leidt tot verergering van de epilepsie of bijzondere noodsituatie. Ook psychische klachten van eiser en het saneringsplan zijn onvoldoende.
Wel is geoordeeld dat verweerder ten onrechte de problematiek van de zoons niet heeft betrokken in zijn belangenafweging, wat een motiveringsgebrek oplevert. Dit gebrek wordt echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro omdat de belangen van eiser hierdoor niet zijn geschaad. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiser betaalde griffiekosten en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange op 15 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.