ECLI:NL:RBMNE:2022:779

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 februari 2022
Publicatiedatum
1 maart 2022
Zaaknummer
UTR 21/3772
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:38 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit en machtiging

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 1 februari 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep heeft ingesteld tegen een besluit waarvan geen kopie is overgelegd. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroepschrift vergezeld gaan van een kopie van het bestreden besluit. Omdat deze kopie ontbrak, kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank heeft eiser meerdere malen aangetekende brieven gestuurd met het verzoek een kopie van het besluit te overleggen, maar deze brieven zijn niet afgehaald en de rechtbank ontving geen reactie. Daarnaast is ook geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat eiser gemachtigd is om namens de belanghebbende op te treden. Dit is eveneens een reden voor niet-ontvankelijkheid.

De rechtbank heeft het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard en geen inhoudelijke beoordeling van het geschil gegeven. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiser is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een besluit en machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3772

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2022 in de zaak tussen

[eiser 1] , veronderstellenderwijs handelend namens [eiser 2] ,te [woonplaats] , eiser(es),
en

Onbekende verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser(es) heeft ingediend op 2 september 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waar hij/zij het niet mee eens. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het besluit niet is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser(es) op 22 oktober 2021 en op 23 november 2021 aangetekende brieven gestuurd, waarin staat dat eiser(es) binnen vier weken een kopie moet opsturen van het besluit waar hij het niet mee eens is. De brieven zijn verstuurd naar een ander adres dan in het beroepschrift vermeld staat. Eiser(es) heeft telefonisch doorgegeven dat het huisnummer in het beroepschrift niet klopt en de rechtbank heeft dit op het verzoek van eiser(es) aangepast. De aangetekend verzonden brieven zijn door eiser(es) niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Op 13 december 2021 is de brief van 23 november 2021, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, aan eiser ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 23 november 2021 niet opnieuw aanvangt. Eiser(es) heeft niet gereageerd op deze brief.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
5. De rechtbank heeft verder ook gevraagd bij aangetekende brief van 22 oktober 2021 en 23 november 2021 om een machtiging, waaruit blijkt dat [eiser 1] ( [eiser 1] ) gemachtigd is om namens [eiser 2] op te treden. [eiser 1] heeft ook geen machtiging aan de rechtbank overgelegd. Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk. [1]
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland van 25 juni 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2390.