Eiser heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht op zijn bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd aan zijn buurman. De rechtbank heeft eerder deze beroepen gegrond verklaard en een dwangsom opgelegd die zou lopen tot 7 maart 2022.
In deze zaak stelt eiser wederom beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank past de beleidslijn van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht toe, waarbij beroepen tegen niet tijdig beslissen die worden ingediend voordat de dwangsom is volgelopen, niet-ontvankelijk worden verklaard.
De rechtbank overweegt dat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 januari 2021 aanleiding geeft om deze beleidslijn te herzien en voortaan te toetsen of de dwangsom is volgelopen op het moment dat het onderzoek wordt gesloten, wat bij een uitspraak zonder zitting de datum van de uitspraak is.
Omdat de dwangsom in deze zaak pas op 7 maart 2022 verstrijkt en de uitspraak op 24 februari 2022 is gedaan, is het beroep niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten toegekend.