Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht handhavend op te treden tegen een scheidingsmuur. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling, waarna eiser bezwaar maakte. Omdat verweerder niet tijdig besliste op het bezwaar, stelde eiser verweerder in gebreke en startte een beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en stelde een dwangsom in.
Eiser stelde vervolgens opnieuw beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Ook dit beroep werd gegrond verklaard met een dwangsom van € 200 per dag tot maximaal € 15.000. Nu stelde eiser wederom beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelde dat de dwangsom uit de laatste uitspraak nog niet was volgelopen op het moment van uitspraak, waardoor het opvolgende beroep niet-ontvankelijk is.
De rechtbank past hierbij een gewijzigde beleidslijn toe, waarbij wordt gekeken of de dwangsom is volgelopen op het moment dat het onderzoek wordt gesloten. Omdat de dwangsom pas op 16 maart 2022 zou vollopen en de uitspraak op 24 februari 2022 werd gedaan, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Proceskostenvergoeding is niet toegekend.