Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
niet aangehoudenverdachte. Voor een niet aangehouden verdachte gelden de criteria uit het
Salduz-arrest niet. De niet aangehouden verdachte moet vóór zijn eerste verhoor worden gewezen op het recht een raadsman, op eigen kosten, te consulteren (artikel 27c, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering). Verdachte is hierop gewezen en heeft aangegeven dat hij het consulteren van een raadsman niet nodig vond (zie pagina 156 van het dossier). Hiermee heeft hij naar het oordeel van de rechtbank vrijwillig en ondubbelzinnig afstand gedaan van dit recht (artikel 28a van het Wetboek van Strafvordering). Er is derhalve geen sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.
de rechtbank begrijpt: 2020] om ongeveer 15.30 uur, had ik in [plaatsnaam 1] een afspraak gemaakt met dit meisje. We maakten een afspraak op de [straatnaam] in [plaatsnaam 1] . Ik ben naar het huis toegelopen. Ik zag dat de deur werd open gedaan door een oude vrouw. Ik hoorde haar zeggen dat [Y] daar niet woonde. Ik liep terug in de richting van mijn auto. Ik was net van het erf af toen ik werd ingesloten door vier jongens. [3] Ik weet dat ik opeens tussen hen in stond, ze kwamen van twee kanten. Die grotere jongen met capuchon kwam wel heel dicht bij. Dit was heel bedreigend. Ik was een beetje bang geworden. Ik voelde mij geïntimideerd. Ik hoorde dat die jongens tegen mij zeiden: “Ik trap je helemaal in elkaar, ik snij je keel door! Je hebt afgesproken met het zusje van een van ons.” Ze wezen hierbij naar een van die jongens, die met dat sikje. De grotere jongen met die hoody voerde het meeste het woord. Hij bedreigde mij het meeste. Ik hoorde een van hen zeggen: “Je hebt tweehonderd euro bij je! Geef die maar aan ons af!” Ik dacht dat ik me er misschien kon uitpraten en ze nemen ze genoegen met dat geld, dus ik voelde mij absoluut gedwongen om de tweehonderd euro af te geven. Het geldbedrag bestond uit vier briefjes van 50 euro. Ik heb dit geld direct afgegeven. Ik moest van hem op mijn telefoon mijn bank-app openen en ik moest geld gaan overmaken. Ik dacht dat ze iets noemden van 3000 of 4000 euro. Dat heb ik niet gedaan. [4]
de rechtbank begrijpt: de heer [A] )in [plaatsnaam 1] was overkomen. Onderstaande betreft een letterlijke weergave van een gedeelte uit de melding die door de man gedaan werd.
Ze zei dat ze 18 was. Ze wilde snel naar chatsite Kik.
ik via mijn SNS-rekening gedaan. Dat geld is naar een Rabobank-rekening van, wellicht
zogenaamd, haar broer [medeverdachte 1] gegaan.
Uiteindelijk was dan vanavond, dinsdag 20.10.20 onze afspraak om 19 uur bij de [adres] in [plaatsnaam 1] .
Toen chatte ze dat ik naar die parkeerplaats op 100 meter moest gaan en daar op haar moest wachten. Toen kwamen er opeens 3 mannen aan, met capuchons en voorzien van mondmasker, allen donkere kleren dragend, die mij sommeerden uit te stappen, nadat ze het portier hadden geopend. Ze stelden dat ik met een meisje van 15 had afgesproken en 1 van hen was haar broer.
Ze bleven verbaal agressief en wilden dat ik met hen in mijn auto ging zitten. Ze wilden ook mijn autosleutels, telefoon en portemonnee. Omdat ze serieus dreigend waren, besloot ik weg te rennen. Met zijn 3en haalden ze mij in enhielden me vast. Ik werd terug getrokken en geduwd naar mijn auto
.Ik moest met die 3 mannen in de auto gaan zitten. Ze zetten me onder druk door te vragen hoe ik haar had leren kennen, dat ik mij moest schamen gezien het leeftijdsverschil en ze wilden mijn telefoon. Ze vroegen ook of ik geld bij me had en ik hoopte ermee klaar te zijn door ze die 200 uit mijn portemonnee te geven. Dat was niet zo: ze wilden mijn telefoon voor bankapps. Ik zei dat ik alles per internetbankieren deed. Ze wilden mijn bankpas en pincode. Ik gaf mijn Rabopas en pincode daarvan. De langste van de 3 dreigde het meest dat er dingen zouden gebeuren als ik niet meewerkte. De ‘leider’ stapte uit en de andere man rende met mijn pas weg, blijkbaar om te pinnen. De ‘leider’ hield met die man per telefoon contact. Toen dat pinnen klaarblijkelijk gelukt was, stapten ze […] uit. Ze zeiden dat ik pas weg mocht gaan als ze uit het zicht waren. Ik was bang. Er was inderdaad rond 19.30 uur te [plaatsnaam 1] 2.000 gepind.” [27]
pinnenen aanpakken. Kennelijk leefde de gedachte om ‘pedo’s’ geld afhandig te maken op dat moment al bij in elk geval [verdachte] . Uit de verklaring van [verdachte] blijkt bovendien dat medeverdachte [medeverdachte 1] in elk geval al aan [verdachte] had verteld dat [slachtoffer 1] € 200 zou meenemen naar de afspraak met ‘ [Y] ’.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvan
61 dagen;
60 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
twee jarenvast;
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
[medeverdachte 1] ( [2003] ) en [medeverdachte 3] (geboren [2002] ). De politie ziet toe op handhaving van dit verbod;
taakstrafvan
100 uren;
G. Konings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. mr. R.H. Lagerweij, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 januari 2022.