In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een beroep tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een twee-onder-één-kap woning met berging op een perceel binnen een woongebied. De vergunning was verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere. Eiser stelde dat het bouwplan in strijd was met de bedoeling van het bestemmingsplan, mede vanwege een toezegging van de wethouder dat kavels in particulier opdrachtgeverschap zouden worden uitgegeven, en dat daardoor de waarde van zijn woning was gedaald.
De rechtbank oordeelde dat het bouwplan voldoet aan de planregels en dat de toelichting op het bestemmingsplan geen bindende toetsingsgrond is. De vergunning is een gebonden beschikking, waarbij alleen de in artikel 2.10 van de Wabo genoemde weigeringsgronden relevant zijn. Geen van deze gronden was van toepassing. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de toezegging van de wethouder onvoldoende concreet was om gerechtvaardigd vertrouwen te wekken dat particulier opdrachtgeverschap een vereiste zou zijn.
De rechtbank concludeerde dat de waardedaling van de woning geen grond is voor weigering van de vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.