ECLI:NL:RBMNE:2022:902
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens gegrondverklaring bezwaar
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV, dat op 7 juli 2021 haar bezwaar ongegrond verklaarde. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland. Op 8 februari 2022 heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard. Hierdoor heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek tot proceskostenveroordeling. Het UWV heeft erkend dat een vergoeding van proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht passend is. De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van € 759,- aan proceskosten, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 759,- en een wegingsfactor 1.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 49,- te vergoeden aan verzoekster, conform artikel 8:41, zevende lid, Awb. Verzoekster wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot het UWV te wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink en griffier T.E.G. van Heukelom op 9 maart 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens gegrondverklaring van het bezwaar.