ECLI:NL:RBMNE:2022:954
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit dienstverband en oplegging boete
Eiseres ontvangt sinds 2003 een WAO-uitkering. Het UWV ontdekte dat zij vanaf 2017 tot 2020 naast zelfstandige werkzaamheden ook inkomsten uit loondienst had, welke zij niet aan het UWV had gemeld. Hierdoor werd haar uitkering herzien en teruggevorderd en werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiseres betwistte de schending en stelde dat zij erop mocht vertrouwen dat het UWV op de hoogte was van haar inkomsten, omdat het UWV jaarlijks haar inkomen controleert bij de Belastingdienst. De rechtbank concludeerde echter dat eiseres geen bewijs leverde van tijdige melding en dat het UWV niet op de hoogte was van haar dienstverbanden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV verplicht was de uitkering te herzien en terug te vorderen en dat geen dringende redenen bestonden om hiervan af te zien. Ook was de boete terecht opgelegd en proportioneel, gezien de mate van verwijtbaarheid en het benadelingsbedrag. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, terugvordering en boete is ongegrond verklaard.