ECLI:NL:RBMNE:2022:989
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens openstaande strafzaak zonder bijzondere omstandigheden
Eiseres, houdster van de Indiase nationaliteit, verzocht op 18 april 2019 om naturalisatie tot Nederlander. Dit verzoek werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege een openstaande strafzaak wegens verdenking van een strafbaar feit, wat volgens artikel 9 RWN Pro een reden is voor afwijzing.
Eiseres voerde aan dat er bijzondere omstandigheden waren, zoals mogelijke betrokkenheid van haar ex-werkgever bij het strafbare feit, een brief van Slachtofferhulp die haar rol als slachtoffer zou kunnen bevestigen, het ontbreken van eerdere strafbare feiten en een vermeende overschrijding van de redelijke termijn in haar strafzaak. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om af te wijken van het beleid zoals neergelegd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap en vaste jurisprudentie.
De rechtbank stelde vast dat het beleid terughoudendheid vereist bij afwijking en dat de aard van het strafbare feit en de openstaande strafzaak doorslaggevend zijn. Ook werd geoordeeld dat het niet horen van eiseres geen schending van de hoorplicht opleverde omdat vooraf duidelijk was dat het bezwaar geen ander besluit kon opleveren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van naturalisatie bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege een openstaande strafzaak zonder bijzondere omstandigheden.