ECLI:NL:RBMNE:2023:1003
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning voor legalisatie garage binnenplanse afwijkingsregel terecht verleend
Een vergunninghouder heeft zonder vergunning een garage gebouwd en later een omgevingsvergunning aangevraagd voor legalisatie. Het college verleende deze vergunning, maar eiser, wonende op het aangrenzende perceel, maakte bezwaar en stelde dat de hoogte van de garage de bestemmingsplanregels overschrijdt en dat het college het peil onjuist heeft vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend binnen de binnenplanse afwijkingsregel, omdat de overschrijding van de nok- en goothoogte niet meer dan 10% bedraagt. De rechtbank accepteert de keuze van het college om het peil te bepalen aan de hand van één meetpunt, omdat dit het meest betrouwbare gegeven is en er geen concrete gegevens zijn die het tegendeel bewijzen.
Daarnaast is vastgesteld dat het college niet tijdig heeft beslist op het bezwaar van eiser, waardoor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is. De rechtbank legt een maximale dwangsom van €1.442,- op aan het college en veroordeelt het college tot vergoeding van het griffierecht. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is gegrond met oplegging van een dwangsom, het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.