Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
2.[eiser sub 2] en [eiseres sub 2] ,
3.[eiseres sub 3] ,
1.De procedure
2.De feiten
De onroerende zaak is bestemd voor de bouw van een [.] , bestaande uit maximum twaalf (12) sociale koopwoningen.
3. Het geschil
€ 15.198,96, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2020, of althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeling van [eiseres sub 3] tot betaling van € 22.238,72 aan de Gemeente, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2022 tot de voldoening, de buitengerechtelijke incassokosten, de kosten voor het beslag en de proceskosten inclusief nakosten;
- veroordeling van [eiser sub 2] c.s. tot betaling van € 14.425,63 aan de Gemeente, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2021 tot de voldoening, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten inclusief nakosten.
4.De beoordeling
996,00(2 punten x tarief € 498,00)
5.De beslissing
,vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;
,vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;