De rechtbank Midden-Nederland heeft op 15 maart 2023 bij verstek uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, geboren in 1984, wegens meervoudige oplichting, pogingen tot oplichting en witwassen. Verdachte maakte zich schuldig aan het aanmaken van valse klantaccounts op naam van meerdere bedrijven op Urk, waarmee hij goederen bestelde zonder te betalen. De bestellingen betroffen elektronica, verzorgingsproducten, kleding en sieraden. De goederen werden onderschept voordat ze bij de bedrijven arriveerden, waardoor verdachte ze in bezit kreeg en de bedrijven een schuld opliepen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen of alleen handelde met het oogmerk zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen. Daarnaast werd bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan witwassen van de opbrengsten van deze oplichtingen. De rechtbank verwierp bewijsverweren en nam de bekennende verklaringen van verdachte mee in haar oordeel.
De strafrechtelijke beoordeling leidde tot een veroordeling voor medeplegen van oplichting, poging tot oplichting en witwassen. Verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 260 dagen, met aftrek van voorarrest. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het financiële nadeel van circa € 100.000,-, het risico op recidive en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn instabiele leefomstandigheden en middelengebruik.
Verder werd de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven vanwege overtreding van voorwaarden. Ook werden een telefoontoestel en een personenauto die bij de strafbare feiten waren gebruikt, verbeurd verklaard. De zaak werd gelijktijdig behandeld met twee andere strafzaken tegen verdachte, maar niet gevoegd vanwege afwezigheid van verdachte en beperkte machtiging van zijn raadsman.