De rechtbank Midden-Nederland heeft op 15 maart 2023 een ontnemingsvonnis gewezen tegen de veroordeelde, die werd veroordeeld voor medeplegen van oplichting, poging tot oplichting en witwassen. De feiten betreffen omvangrijke oplichting door zich valselijk voor te doen als directeur van ondernemingen, het bestellen van goederen op rekening die niet werden betaald, en het witwassen van deze goederen via verkoopkanalen zoals Marktplaats en een winkel.
Het onderzoek richtte zich op de periode van 8 november 2021 tot en met 28 februari 2022, waarin 120 goederen werden besteld en verzonden zonder betaling. De rechtbank baseerde zich op het ontnemingsrapport, dat het wederrechtelijk verkregen voordeel berekende op €52.974,20, wat neerkomt op 73% van de waarde van de verzonden goederen. Veroordeelde heeft geen kosten gemaakt die in mindering konden worden gebracht.
De rechtbank stelde de betalingsverplichting van dit bedrag aan de staat vast en bepaalde een maximale gijzelingstermijn van 295 dagen. De vordering van de officier van justitie werd daarmee toegewezen. Dit vonnis werd bij verstek gewezen, aangezien de veroordeelde niet aanwezig was tijdens de terechtzitting.