ECLI:NL:RBMNE:2023:1189
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond met vergoeding griffierecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €504.000,- na bezwaar. De rechtbank beoordeelde het beroep op 1 maart 2023 en concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, onderbouwd met een taxatiematrix en vergelijkingen met referentiewoningen in dezelfde omgeving.
Eiser voerde aan dat de waarde van een extra bouwwerk van 15 m2 onjuist was vastgesteld en dat de nabijheid van een 5G-zendmast een waardedrukkend effect zou hebben. De rechtbank oordeelde dat het verschil in kwalificatie van het bouwwerk (berging of overkapping) niet relevant was voor de waardering en dat de zendmast reeds was verdisconteerd in de referentiewoningen. Hierdoor faalden deze beroepsgronden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond maar kende een vergoeding van het betaalde griffierecht toe vanwege de onduidelijkheid over de oppervlakte van de woning in de voorfase. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt vergoed.