ECLI:NL:RBMNE:2023:1242
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen legesaanslag voor omgevingsvergunning jachthaven
Eiser heeft een deel van een jachthaven gekocht en wilde een tweede jachthaven realiseren. Hij vroeg op 3 februari 2020 een omgevingsvergunning aan voor het gebruik van zijn deel door een tweede bedrijf. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen weigerde deze aanvraag op 13 augustus 2021 omdat deze niet binnen het bestemmingsplan paste. Eiser stelde beroep in tegen deze weigering, dat door de bestuursrechter op 1 juni 2022 ongegrond werd verklaard. Eiser ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, welke procedure nog loopt.
Op 31 december 2021 legde de heffingsambtenaar een legesaanslag van € 3.189,05 op voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit werd op 26 juli 2022 ongegrond verklaard. Eiser ging in beroep tegen deze uitspraak. De rechtbank behandelde het beroep op 6 februari 2023, waarbij de gemachtigde van de heffingsambtenaar aanwezig was, maar eiser en zijn gemachtigde afwezig bleven.
De rechtbank oordeelt dat de legesaanslag terecht is opgelegd omdat de aanvraag omgevingsvergunning in behandeling is genomen en er sprake is van een vergunningplicht. Dit volgt uit het bestemmingsplan en de uitspraak van de bestuursrechter. De rechtbank merkt op dat als de Afdeling bestuursrechtspraak in hoger beroep anders oordeelt en er geen vergunningplicht blijkt te zijn, de legesaanslag zal worden ingetrokken. Tot die tijd blijft eiser belastingplichtig. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd zolang de Afdeling bestuursrechtspraak niet anders beslist.