ECLI:NL:RBMNE:2023:1289

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 februari 2023
Publicatiedatum
22 maart 2023
Zaaknummer
1612027001
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38j SrArt. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van tbs-maatregel met dwangverpleging wegens recidiverisico en stoornis

Betrokkene is sinds 2002 ter beschikking gesteld wegens ontuchtige handelingen met minderjarigen en schennis van de eerbaarheid. Na een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging in 2017 en een eerdere verlenging in 2021, vordert het Openbaar Ministerie opnieuw verlenging van de tbs.

De rechtbank baseert zich op recente Pro Justitia-rapporten, een reclasseringsadvies en deskundigenverklaringen die bevestigen dat betrokkene nog steeds lijdt aan een pedofiele stoornis en andere psychische aandoeningen, met een matig tot hoog recidiverisico. Betrokkene heeft recent contact gehad met minderjarige jongens, wat leidde tot een time-out plaatsing in een forensische psychiatrische kliniek.

De rechtbank weegt het belang van betrokkene tegen de maatschappelijke veiligheid en concludeert dat verlenging proportioneel is gezien de aard van de stoornis, het recidiverisico en het feit dat betrokkene nog behandeling en toezicht nodig heeft. De maatregel wordt daarom met twee jaar verlengd onder voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar wegens aanhoudend recidiverisico en stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-120270-01 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 27 februari 2023
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende te [adres] , [postcode] te [plaats 1] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 23 januari 2002 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaar, meermalen gepleegd, een poging tot het plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaar en schennis van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
  • stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 2 maart 2002;
  • de beslissing van deze rechtbank van 18 mei 2017, waarbij onder meer de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd;
  • de beslissing van deze rechtbank van 17 februari 2021 waarbij de termijn van de tbs voor het laatst is verlengd met twee jaar;
  • de vordering van de officier van justitie van 18 januari 2023, die strekt tot verlenging van de tbs met twee jaar;
  • het Pro Justitia-rapport van 10 november 2022, opgemaakt door E.E.M. Mol, psychiater;
  • het Pro Justitia-rapport van 17 november 2022, opgemaakt door R. Helvoirt, psycholoog;
  • het reclasseringsadvies van 6 januari 2023, opgemaakt door J.L.J. Volders, reclasseringswerker;
  • de voortgangsverslagen over de periode van 30 maart 2021 tot en met 10 oktober 2022.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De behandeling van de zaak heeft op 13 februari 2023 ter openbare terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. A.A. Nieli;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Huizen;
- de reclasseringswerker J.L.J. Volders.

3.Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde advies. De onder 2 genoemde deskundige heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als gemiddeld.
Het advies is de tbs te verlengen met twee jaar en de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onder dezelfde voorwaarden voort te zetten.

4.Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen

De deskundigen concluderen dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis.
Zij achten het recidiverisico nog aanwezig.
Het advies is de tbs te verlengen met twee jaar en de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging voort te zetten.

5.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de tbs met twee jaar gehandhaafd.

6.Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank in overweging gegeven de maatregel te verlengen met een jaar omdat betrokkene daardoor wordt gemotiveerd en de rechtbank dan een vinger aan de pols kan houden. Omdat de tbs inmiddels al lang duurt dient de rechtbank bij de beslissing tot verlenging ook de vraag naar de proportionaliteit van de maatregel te betrekken.

7.Het oordeel van de rechtbank

Maximering – kan de tbs worden verlengd?
Betrokkene is bij vonnis van 23 januari 2002 veroordeeld voor het plegen van de onder 1 weergegeven strafbare feiten. De rechtbank heeft in de verlengingsbeslissing van 1 maart 2017 overwogen dat de opgelegde tbs niet is gemaximeerd. De rechtbank heeft op 18 mei 2017 de dwangverpleging van de tbs voorwaardelijk beëindigd.
Op grond van onder meer artikel 38j van het Wetboek van Strafrecht kan de tbs, waarvan de dwangverpleging voorwaardelijk is beëindigd, worden verlengd als daar gronden voor zijn.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het reclasseringsadvies en de Pro Justitia-rapportages blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten:
- een pedofiele stoornis van het niet-exclusieve type;
- een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken;
- een persisterende depressieve stoornis;
- een stoornis in gebruik van cannabis, ernstig, in (langdurige) remissie.
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als matig tot hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en de Pro Justitia-rapportages te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het reclasseringsadvies, het advies van de deskundigen en hetgeen verder ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs eist.
Uit het reclasseringsadvies komt naar voren dat betrokkene, na langere tijd stabiel te hebben gefunctioneerd, een dynamische periode vol onzekerheid achter de rug heeft. Omdat bleek dat betrokkene weer contact had met minderjarige jongens en het behandelcontact met de polikliniek moeizaam verliep, is in november 2021 overgegaan tot een time-out plaatsing in FPC [locatie 1] . Daarna verbleef betrokkene achtereenvolgens in FPK [locatie 2] voor observatieonderzoek, (wederom) in FPC [locatie 1] ter overbrugging, vanwege het ontbreken van een verblijfsplek en in RIBW [locatie 3] . Betrokkene heeft hierover ter zitting verklaard dat het mis ging toen hij dichterbij de maatschappij en verder van de hulpverlening af kwam te staan. Na observatieonderzoek in de FPK [locatie 2] is met betrekking tot de seksuele problematiek van betrokkene geconcludeerd dat minderjarige jongens regelmatig een rol spelen in het denken en de fantasieën van betrokkene, dat zijn seksuele deviatie onveranderd is en zijn seksuele preoccupatie wellicht iets is verminderd. Extern toezicht en controle zijn en blijven noodzakelijk en het is van belang dat hulpverleners en begeleiders nadrukkelijk oog hebben voor de seksuele deviatie en preoccupatie van betrokkene en hem actief bevragen op zijn fantasieën, gedrag en coping. Eenzaamheid is een belangrijke risicofactor. Betrokkene is een man met een kwetsbare identiteit. Het aangaan van seksuele contacten en het gebruik van cannabis zijn betrokkenes manieren om met zijn voortdurende eenzaamheid om te gaan. Hierin schuilt een risico op terugval, nu de eenzaamheid en grooming nauw met elkaar verweven zijn.
Betrokkene verblijft inmiddels, sinds 7 december 2022, op een éénpersoons plek van RIBW in [plaats 1] , vlakbij [plaats 2] . Hij heeft meerdere keren per week contact met de woonbegeleiders en heeft (twee-)wekelijks contact met de reclassering. Inmiddels worden weer urinecontroles uitgevoerd, nadat de niet aan de inrichting verbonden deskundigen het belang daarvan hadden benadrukt. De deskundigen hebben ook gewezen op het belang van ventilerende en ondersteunende gesprekken met een behandelaar en betrokkene heeft ter zitting verklaard dat de gesprekken met zijn behandelaar binnenkort zullen starten. Betrokkene heeft daarnaast aangegeven dat hij op zijn nieuwe woonplek zijn draai nog moet vinden. Hij heeft geen behoefte aan vrijwilligerswerk maar heeft wel een begin gemaakt met het uitvoeren van de werkstraf.
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs wordt verlengd met twee jaar, wanneer aannemelijk is dat de behandeling van betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met een jaar.
In de afgelopen periode is gebleken dat het risico op herhaling nog actueel is en dat betrokkene nog behandeling, hulp en begeleiding nodig heeft. Zowel de niet aan de inrichting verbonden deskundigen als de reclassering verwachten niet dat zich binnen een jaar een zodanige positieve ontwikkeling en afname van het recidiverisico zal voordoen dat aan onvoorwaardelijke beëindiging van de tbs kan worden gedacht. Er is dan ook geen aanleiding om van voornoemd uitgangspunt af te wijken. Het motiveren van betrokkene - hoe begrijpelijk ook - of het houden van een vinger aan de pols, zoals beide door de raadsman genoemd, geven geen aanleiding voor een ander oordeel.
Proportionaliteit
De tbs is ingegaan op 2 maart 2002 en loopt inmiddels bijna twintig jaar. Het indexdelict betreft plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaar, meermalen gepleegd, een poging tot het plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaar en schennis van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.
De rechtbank overweegt dat bij een afweging tussen de belangen van betrokkene
en de maatschappij, het belang van betrokkene, naarmate de maatregel langer duurt, steeds zwaarder dient te wegen. Naast het tijdsverloop in relatie tot de ernst van de indexdelicten, moet ook de aard van de stoornis en de ernst van het recidivegevaar in aanmerking worden genomen.
De rechtbank is op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, met name de aard van het indexdelict en het feit dat betrokkene nog recent, in november 2021, een terugval heeft gehad in risicogedrag die heeft geleid tot een time-out plaatsing in FPC [locatie 1] en (uiteindelijk) tot plaatsing in een andere RIBW, ten aanzien van betrokkene van oordeel dat van disproportionaliteit (nog) geen sprake is.
De rechtbank ziet ook hierin geen aanleiding om van het uitgangspunt af te wijken en zal daarom de maatregel met twee jaar verlengen.

8.De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met
twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mrs. L.M.M. Heppe en J.H.C. van Ginhoven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2023.
mr. C.A.M. van Straalen en mr. J.H.C. van Ginhoven zijn buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.