ECLI:NL:RBMNE:2023:1332
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg voor AOW-toekenning
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om haar AOW-pensioen toe te kennen naar de gehuwdennorm, omdat zij meent geen gezamenlijke huishouding te voeren met betrokkene. De rechtbank onderzocht of aan het huisvestings- en zorgcriterium was voldaan. Hoewel beiden op hetzelfde adres staan ingeschreven en feitelijk wonen, is de woning verdeeld in twee zelfstandige woonlagen met eigen voorzieningen, en delen zij slechts een douche en voordeur.
Verweerder stelde dat er sprake is van wederzijdse zorg, onder meer door gezamenlijke financiële bijdragen, een gezamenlijke bankrekening voor woningkosten, gezamenlijke belastingaangifte en gezamenlijke tuinverzorging. De rechtbank achtte deze feiten onvoldoende om te spreken van een gezamenlijke huishouding, mede omdat de financiële verstrengeling beperkt is tot de woninglasten en de zorg voor elkaar minimaal is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende wederzijdse zorg voor gezamenlijke huishouding.