Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
in elk geval met dat opzet getracht heeft open vuur in aanraking te brengen met benzine en zwaar vuurwerk, en daarvan gemeen gevaar voor die woning en de zich in de woning bevindende goederen en levensgevaar voor in die woning aanwezige personen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
first offender, maar meer van een persoon die vaker met justitie te maken heeft gehad. Verdachte werkte in de beveiliging. In geval van een veroordeling zal hij zich moeten oriënteren op ander werk, omdat hij geen VOG meer zal krijgen.
9.BESLAG
- 1 stuks verdovende middelen, in ladekast op kamer moeder, wit (PL0900-2022190576-G3032309);
- 1 stuks verdovende middelen, zwart doosje met poeder op kast woonkamer (PL0900-2022190576-G3032315),
10.BENADEELDE PARTIJEN
- verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
- de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
- de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
- de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
[benadeelde 4]en
[benadeelde 5]. [benadeelde 4] sliep in de nacht van 2 juli 2022 niet in de woning zelf, maar in een huisje op het terrein van de woning en heeft van de poging brandstichting ’s nachts niets meegekregen. In de nacht van 3 juli 2022 sliep [benadeelde 4] ergens anders. Ook [benadeelde 5] was zowel ten tijde van de brandstichting als de poging daartoe niet in de woning aanwezig. Uit de overgelegde stukken blijkt onvoldoende van een dermate aantasting van de persoon als rechtstreeks gevolg van de feiten, dat zij voor vergoeding van smartengeld in aanmerking komen. De rechtbank zal daarom hun vorderingen afwijzen.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- 1 stuks verdovende middelen, in ladekast op kamer moeder, wit (PL0900-2022190576-G3032309);
- 1 stuks verdovende middelen, zwart doosje met poeder op kast woonkamer (PL0900-2022190576-G3032315);
- een computer (Notebook), merk: HP, zilverkleurig (PL0900-2022190576-3032261);
- een telefoon, merk: APPLE, kleur: zwart, scherm kapot (PL0900-2022190576-3032268);
- een communicatieap, merk: APPLE, kleur: zwart, kapot scherm (PL0900-2022190576-3032273);
- een computer (Notebook), merk: APPLE, zilverkleurig, zonder oplaadsnoer (PL0900-2022190576-3032278);
- een computer (Tablet), merk: APPLE, meerkleurig wit/zilver (PL0900-2022190576-3032283);
- wijst de vordering van [aangever] toe tot een bedrag van € 46.531,55, bestaande uit € 38.031,55 materiële schade en € 8.500,- immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [aangever] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 46.531,55 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 290 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 8.885,-, bestaande uit € 385,- materiële schade en € 8.500,- immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 8.885,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 57 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 1.500,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 1.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 9 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 1.500,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 1.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 9 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 4] af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;