ECLI:NL:RBMNE:2023:138
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ingangsdatum verhoging IVA-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Eiser, voormalig trajectbegeleider, is sinds 2007 arbeidsongeschikt en ontvangt een IVA-uitkering. Hij verzocht het UWV zijn uitkering te verhogen van 75% naar 100% wegens hulpbehoevendheid, met terugwerkende kracht vanaf juli 2018. Het UWV wees dit verzoek af en verhoogde de uitkering per 31 december 2021, de datum van aanvraag.
Eiser stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat hij niet fysiek werd onderzocht en dat zijn hulpbehoevendheid al sinds juli 2018 bestond, onderbouwd met het feit dat zijn echtgenote eind 2017 ontslag nam vanwege zijn zorgbehoefte. De rechtbank oordeelde dat het telefonisch onderzoek door de verzekeringsarts voldoende was en dat er geen medische informatie was die de eerdere hulpbehoevendheid aannemelijk maakte.
De rechtbank volgde het oordeel van de verzekeringsarts dat eiser in 2018 zelfstandig kon functioneren en geen voortdurende zorg nodig had. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat de verhoging van de uitkering ingaat per datum van aanvraag.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de ingangsdatum van de verhoging van zijn IVA-uitkering wordt ongegrond verklaard.