Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op €860.000 per 1 januari 2021 en voert aan dat de waarde te hoog is vastgesteld vanwege onvoldoende rekening houden met de staat van onderhoud en de kavel.
De rechtbank beoordeelt dat de waardering van de woning als geheel, inclusief de taxatiematrix met vier vergelijkbare woningen, voldoende onderbouwd is. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de verschillen tussen de woningen, zoals oppervlakte, staat van onderhoud en ligging, adequaat zijn meegenomen. De staat van onderhoud is gewaardeerd als matig tot slecht met een correctie van 21%, wat neerkomt op een aftrek van circa €110.000.
Verder is de waardering van de kavel van 1165 m2, inclusief een stuk bos van 183 m2, passend en niet te hoog. De verschillen in waardering tussen referentiewoningen worden verklaard door ligging en gebruik. Het ontbreken van een energielabel in de waardering wordt gerechtvaardigd door het ontbreken van betrouwbare gegevens en sluit aan bij de vergelijkbare bouwperiode van de referentiewoningen.
De rechtbank wijst het beroep af, verklaart het ongegrond en oordeelt dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.