ECLI:NL:RBMNE:2023:1481
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening handhavingsuitspraak over geuroverlast niet-ontvankelijk verklaard
Op 22 april 2021 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak in een handhavingszaak over een bedrijf in Lelystad dat voer voor huisdieren produceert. Omwonenden hadden het college verzocht handhavend op te treden tegen het bedrijf vanwege geuroverlast, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep van de omwonenden en betrok het bedrijf als derde partij.
Op 3 maart 2023 verzocht het bedrijf om herziening van deze uitspraak. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat het meer dan een jaar na de openbaarmaking van de uitspraak werd ingediend en geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het bedrijf stelde dat het niet had beseft dat hoger beroep mogelijk was en dat het college hem te laat had geïnformeerd, maar dit werd niet als een bijzondere omstandigheid gezien.
De rechtbank benadrukte dat een herzieningsverzoek niet bedoeld is om de discussie over de oorspronkelijke uitspraak opnieuw te voeren. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak van 22 april 2021 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding en het ontbreken van nieuwe feiten.