ECLI:NL:RBMNE:2023:1502
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs en onderzoek rijgeschiktheid wegens agressief rijgedrag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op te leggen en zijn rijbewijs te schorsen na een incident waarbij hij agressief rijgedrag zou hebben vertoond. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat verzoeker betrokken was bij een incident waarbij hij met zijn auto bewust op een groep jongeren is ingereden, waarbij een persoon gewond raakte. Verzoeker ontkent opzettelijk te hebben gehandeld en stelt dat het een ongeval betrof. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder het proces-verbaal als juiste grondslag voor het besluit mocht gebruiken, omdat verzoeker onvoldoende twijfel heeft gezaaid aan de juistheid van de bevindingen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het opleggen van het onderzoek en de schorsing van het rijbewijs een bestuursrechtelijke maatregel is die losstaat van een strafrechtelijke vervolging. Het feit dat verzoeker nog niet is veroordeeld, staat niet in de weg aan het besluit. Gelet op de belangenafweging en het spoedeisende belang van verkeersveiligheid weegt dit zwaarder dan het belang van verzoeker bij het gebruik van zijn rijbewijs.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een onderzoek naar rijgeschiktheid wordt afgewezen.