ECLI:NL:RVS:2022:3587
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en oplegging onderzoek rijgeschiktheid na politiecontacten
Appellante had meerdere contacten met de politie in 2020, waarbij politieambtenaren mutatierapporten opstelden. Op basis hiervan deed een verkeersspecialist namens de korpschef een mededeling aan het CBR over het vermoeden dat appellante niet langer geestelijk geschikt was om een motorrijtuig te besturen. Het CBR legde daarop een onderzoek op en schorste het rijbewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de mededeling en het besluit van het CBR. Appellante stelde in hoger beroep dat de mededeling onzorgvuldig was en dat het CBR zich niet op de mutatierapporten mocht baseren, omdat er geen direct verband was met rijgedrag en er contra-indicaties waren.
De Afdeling overwoog dat het CBR terecht het vermoeden van ongeschiktheid kon baseren op de mutatierapporten, ook als deze gedragingen niet direct rijgedrag betroffen. De schorsing van het rijbewijs is gerechtvaardigd bij duidelijke aanwijzingen van geestelijk niet goed functioneren, waarbij het CBR ook contra-indicaties heeft meegewogen. De Afdeling verwierp de bezwaren van appellante en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot schorsing van het rijbewijs en oplegging van een onderzoek bevestigd.