Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
] gaat lopen.
ernstigverkeersgevaarlijk gedrag. Naar het oordeel van de rechtbank zijn in dit geval de verkeersregels in ernstige mate geschonden. Verdachte heeft immers, terwijl hij wist dat hij een onoverzichtelijke, grotendeels onverlichte, smalle weg op een dijk opreed, zijn mobiele telefoon vastgehouden en handmatig bediend. Verdachte heeft vervolgens gereden met een snelheid die boven de maximumsnelheid lag en daarbij onvoldoende rechts gehouden. Verdachte was vanaf het moment dat hij de gevaarlijke weg op de Kanaaldijk opreed tot het moment van de aanrijding (gedurende 13 seconden) klaarblijkelijk dermate afgeleid van de weg dat hij de goed verlichte en goed waarneembare voetgangers niet heeft gezien en hen niet heeft ontweken terwijl hij hen wel had kunnen zien. Als verdachte zijn aandacht wel bij de weg had gehouden, wat onder de gegeven omstandigheden van extra groot belang was, had hij ruim de tijd gehad om de aanrijding te voorkomen. Dit heeft verdachte niet gedaan. Onder deze omstandigheden, en met name gelet op het opzettelijke en zeer onverantwoorde gebruik van zijn telefoon, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c en 36f van het Wetboek van Strafrecht en
- 5a, 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet,
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 6 maanden;
ontzegtverdachte ter zake van het bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren,
1 jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 275.000,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 275.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 365 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.