Eiseres ontvangt sinds 2015 een WIA-uitkering. Het UWV stelde in juni 2020 vast dat zij per 1 september 2020 niet meer in aanmerking kwam voor een loonaanvullingsuitkering, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 71,95%. Na bezwaar werd dit percentage in maart 2021 verhoogd naar 73,47%, maar de rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en gebrekkig medisch onderzoek.
Na een nieuw onderzoek, inclusief een hoorzitting en het opvragen van medische informatie bij de huisarts, handhaafde het UWV in juni 2022 het arbeidsongeschiktheidspercentage van 73,47%. Eiseres stelde dat het besluit te laat was genomen en dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het UWV binnen de wettelijke termijn handelde en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts had de beperkingen adequaat gemotiveerd en er was geen aanleiding om de medische beoordeling te betwisten. De rechtbank vond het motiveringsgebrek in eerste aanleg niet doorslaggevend omdat de aanvullende motivering in beroep voldoende was.
De arbeidsdeskundige beoordeling werd niet betwist en de functies die eiseres kon vervullen bleken passend. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage op 73,47% heeft vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Het griffierecht van €50,- wordt aan eiseres vergoed.