Eiser maakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten aan vergunninghouder verleende voor de realisatie van een zonneveld op meerdere percelen. De rechtbank stelde vast dat eiser belanghebbende is bij de vergunning, ondanks dat hij geen zienswijze had ingediend tijdens de voorbereidingsprocedure.
Het zonneveld is in strijd met het geldende bestemmingsplan, maar het college heeft beleidsruimte om hiervan af te wijken. De rechtbank toetste of het college een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. Eiser vreesde onder meer overlast door extra verkeer, geluid, lichtreflectie, toename van schadelijk wild, hagelschade en stijging van grondprijzen.
De rechtbank oordeelde dat het aantal verkeersbewegingen gering is, geluid en lichtreflectie adequaat worden beperkt, en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat schadelijk wild en hagelschade zullen toenemen. Ook was er geen objectieve onderbouwing voor een prijsstijging van landbouwgrond. Het college heeft duidelijk gemotiveerd waarom het belang van duurzame energie zwaarder weegt dan het agrarisch gebruik volgens het bestemmingsplan.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor vergunninghouder het zonneveld mag bouwen en in gebruik nemen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.