ECLI:NL:RBMNE:2023:1594
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wegens rijvaardigheidsonderzoek
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het CBR tot schorsing van haar rijbewijs gedurende het onderzoek naar haar rijvaardigheid. Zij stelt dat de schorsing onevenredig is vanwege haar belangrijke rol in de bedrijfsvoering van een familiebedrijf en haar mantelzorgtaken.
Het CBR heeft betoogd dat de schorsing terecht is opgelegd op grond van recente ernstige snelheidsovertredingen binnen de bebouwde kom en dat de individuele omstandigheden van verzoekster geen dringende reden vormen om van de schorsingsregel af te wijken.
De voorzieningenrechter overweegt dat hoewel verzoekster door de maatregel wordt benadeeld, dit niet opweegt tegen het belang van de verkeersveiligheid. De overtredingen tonen onvoldoende verkeersinzicht en rechtvaardigen het afwachten van het onderzoek. Ook is geen sprake van dubbele bestraffing, aangezien de bestuursrechtelijke maatregel een ander doel dient dan strafrechtelijke sancties.
Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierechten of proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol op 4 april 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen.