ECLI:NL:RBMNE:2023:1778
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opbrengstlimiet en rechtsbeginselen legesverordening gemeente bij nieuwbouwproject
Eisers, drie bouwbedrijven betrokken bij een groot nieuwbouwproject in de gemeente, maakten bezwaar tegen 17 legesaanslagen die de heffingsambtenaar had opgelegd op basis van de legesverordening 2020. Zij vorderden vernietiging van deze aanslagen door onverbindendverklaring van de verordening wegens overschrijding van de opbrengstlimiet en strijd met algemene rechtsbeginselen.
De rechtbank analyseerde eerst de opbrengstlimiet volgens artikel 229b van de Gemeentewet. De heffingsambtenaar had inzicht verschaft in de ramingen van baten en lasten en onderbouwde deze met specificaties. Eisers konden niet overtuigend aantonen dat de ramingen onjuist waren, ondanks hun gedetailleerde kritiek en ingebrachte rapporten. De rechtbank oordeelde dat de gemeente binnen haar beoordelingsruimte was gebleven, ook gezien de onzekerheden bij een meerjarenproject.
Ten aanzien van de algemene rechtsbeginselen verwierp de rechtbank het beroep op willekeur en onredelijkheid. De gemeente had voldoende inzicht gegeven in de totstandkoming van de tarieven en het onderscheid tussen verschillende vergunningaanvragen was gerechtvaardigd. De legesverordening bleef daarmee geldig en de beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De legesverordening 2020 van de gemeente is niet onverbindend verklaard; de beroepen tegen de legesaanslagen zijn ongegrond.